

Module
De Gevaarlijke Hand
Naar keuze vrijdag 12 maart 19.30 of zaterdag 13 maart 10.00 Module De Gevaarlijke Hand
De cursusmodule richt zich op clubbridgers met een speelsterkte van de B- en C-lijn en lager en op thuisbridgers.
Meer info
Deze Website is mede mogelijk gemaakt door de samenwerking met de
webhosting provider:
|
Van Recht tot Plicht Wat elke clubbridger op z’n minst moet weten van de Spelregels! 1.
De hulp van de arbiter Net als
elke spelsoort, is bridge niets anders
dan de ruimte die de Spelregels geeft. Het plezier dat wij aan bridge kunnen
beleven, ontstaat immers bij de gratie van wat de Spelregels toestaan. Zo
bepalen alleen de Spelregels of je handbalt of voetbalt… Gelukkig
hoeven bridgers niet alle 92 artikelen van de Spelregels te kennen om met
plezier te kunnen bridgen. Zelfs onze gediplomeerde wedstrijdleiders hoeven
de Spelregels niet uit hun hoofd te weten. Om die reden herken je de beste
arbiters ook aan hun onafscheidelijke oranje
spelregelboekje. Wat de
arbiter wel weet, is hoe hij moet omgaan met overtredingen. Niet om in de
eerste plaats straffen uit te delen! De Strekking van de Spelregels is
namelijk in de eerste plaats het voorkomen of zoveel mogelijk verminderen van
schade die door een overtreding is, of zou kunnen, ontstaan. Na een
(vermeende) overtreding hoort de wedstrijdleider te worden ontboden. Wat dan
moet gebeuren, weet de wedstrijdleider. Hij zal dat ook duidelijk vertellen
en toelichten. Het voordeel van deze deskundige is dat de spelers niet alles
tot in detail hoeven te weten. Een daardoor ontstaan misverstand is dat ‘de
gewone clubspeler’ helemaal niets hoeft te weten van de Spelregels. Want… als
je niet weet dat een bepaalde handeling tegen de Spelregels is, zul je ook
geen arbitrage vragen. Daarmee kan een bepaald recht ongemerkt verloren gaan.
Het tegenovergestelde is eveneens mogelijk: door onwetendheid iets doen dat
volgens de Spelregels niet mag. Zelfs om arbitrage vrágen, mag in bepaalde
situaties niet… In deze
rubriek gaan we alleen in op wat je als ‘gewone clubbridger’, voor zover die
bestaat, op z’n minst moet weten van de Spelregels
om correct en met plezier te kunnen bridgen. We geven bewust geen uitputtende
opsomming van wat allemaal moet gebeuren na een overtreding. In plaats
daarvan melden we wel wat wel en niet mag, en wanneer het dus raadzaam is, of
zelfs verplicht, een arbiter te consulteren. Algemene regel Vraag om
arbitrage als er iets is gebeurd dat volgens jou in strijd is met de
Spelregels. Samenvatting Vraag om
arbitrage als er iets is gebeurd dat volgens jou in strijd is met de
Spelregels. Twee uitzonderingen 1. Als je dummy bent mag je NIET als eerste de aandacht vestigen op een
onregelmatigheid. Je moet wachten tot na de 13e slag. Nadat een
andere speler de aandacht vestigt op een onregelmatigheid, mag je als dummy
wél direct en als eerste om arbitrage vragen. 2. Als jouw partner tijdens het
bieden jouw bod verkeerd uitlegt
naar de tegenstanders, mag je dat in geen geval op dat moment corrigeren! Ook
mag je niet om arbitrage vragen, omdat je daarmee indirect (ongeoorloofde) informatie
aan je partner geeft. Pas nadat het bieden is afgelopen, en duidelijk is dat
jij leider of dummy bent, vraag je arbitrage. Word je tegenspeler, dan moet
je wachten tot na de 13e slag. Na afloop van dat spel ben je
verplicht de verkeerde uitleg alsnog te corrigeren. Ook dan hoort de arbiter
te worden uitgenodigd. Ga
hoffelijk om met de arbiter; ook als je je niet
kunt vinden in diens uitspraak. Geef in dat geval op correcte wijze aan dat
je je niet kunt vinden in diens uitspraak, en vraag
op welke wijze je beroep kunt aantekenen. 2. Houding en gedrag Artikel 74A is de spelregel die
het meest wordt overtreden, en waarvoor vrijwel nóóit arbitrage wordt
gevraagd… Een speler behoort zorgvuldig
iedere opmerking of handeling te vermijden die ergernis of verlegenheid zou
kunnen veroorzaken bij een andere speler of het genoegen van het spel zou
kunnen verstoren. Jezelf hoffelijk gedragen is vaak gemakkelijker dan een
tafelgenoot aanspreken op diens onhoffelijke houding. Vertel alleen wat je
waarneemt, zonder oordeel, en vraag arbitrage als je gevoel van ergernis of
verlegenheid niet verdwijnt. 3 Schudden en geven Schudden Als een
spel moet worden geschud, moet dat grondig gebeuren, én in
aanwezigheid van minstens één tegenstander. Couperen (door de rechtertegenstander na
het schudden een stapeltje kaarten laten afnemen, die onder de stapel wordt
gevoegd) is verplicht als één van de tegenstanders dat wenst. Eénmaal geven Ook als
na het schudden wordt rondgepast, mag niet
opnieuw worden gegeven! Beide paren krijgen als score nul punten. Een score
van nul punten kan goed zijn voor een top, namelijk als alle paren in
dezelfde richting negatief scoorden. 4. Voorinformatie over
te spelen spel Het
spreekt vanzelf dat geen van de spelers al iets mag weten over een te spelen spel. Vang je toch vooraf informatie op, je pakt
bijvoorbeeld per ongeluk de verkeerde hand uit het bord, of je hoort het
eindcontract met resultaat van een spel dat je nog moet spelen, dan meld je
dat onmiddellijk aan de arbiter. Deze beschikt namelijk over een scala aan
gereedschap waarmee hij dat spel voor jou toch speelbaar kan maken. Als je
de eerste ronde, ná het schudden van
een spel, en vóór het bieden,
een kaart ziet van een andere speler, moet dat spel opnieuw worden geschud. 5.
Stopwaarschuwing Voor elk
sprongbod moet het kaartje STOP op tafel worden gelegd en na enige tijd,
ongeveer acht á tien seconden, weer worden opgeruimd. Pas ná dat opruimen mag
de volgende speler bieden. Als een speler vergeet het STOPkaartje
neer te leggen, òf als het STOPkaartje
zonder wachttijd weer wordt opgeruimd, moet de volgende speler toch een paar
seconden wachten voordat hij een bieding doet. Reden De kans
is groot dat je door een sprongbod van je rechtertegenstander niet kunt doen
wat je van plan was. De verplichte
denkpauze voorkomt dus het geven van ongeoorloofde informatie. Opgelet! Als je
in die wachttijd laat merken dat je niets te denken hebt, geef je ook ongeoorloofde
informatie! 6. Alerteren Bridge
wordt gespeeld met open vizier! Wel alerteerplichtig Elke
bieding die geen interesse toont in de geboden speelsoort, of naast de
geboden speelsoort extra informatie geeft over de
verdeling. Zoals géén hoge 4-kaart, of ook een tweede kleur. De grote
verandering van de nieuwe Alerteerregeling is
natuurlijk de alerteerplicht van Stayman en Jacoby na de 1- en
2SA-opening, ongeacht of de tegenstanders wel of niet uitsluitend pasten.
Daarmee verdwijnt – zodra we daaraan gewend zijn - de onduidelijkheid van het
klaveren-/ruiten- en hartenbod op partners SA-opening als de tegenstanders níét pasten. Niet alerteerplichtig -
1Kl- en 1Rui-opening als die minstens een 3-kaart beloven; -
de echte 2Ha/Sch-opening, ongeacht of
die veel of weinig punten belooft; -
doublet; Altijd alerteren Als je kunt vermoeden dat de tegenstanders zonder alert op het
verkeerde been worden gezet! In dat geval alerteer
je ook een conventioneel doublet! Opgelet! ·
Een conventioneel bod niet alerteren, is
een vorm van onjuiste informatie! ·
Na een biedvergissing kan alert en/of uitleg een vorm zijn van
Ongeoorloofde Informatie. 7/8. Biedfout conventies* Stel: je
rechtertegenstander opent 1Ha. Jij hebt een
2-kleurenspel in ruiten en schoppen. Dat geef je aan met 2Ha. Je partner alerteert en legt uit dat je lengte hebt in klaveren en schoppen. En partner heeft
gelijk! Je vergiste je. Hoe ga je om met deze fout? Je mag niet laten merken dat je je vergiste,
en… je mag geen gebruik maken van partners correctie. Als deze 3Kl biedt,
moet je daarmee omgaan alsof partner ondanks jouw ruiten/schoppenhand, toch
de voorkeur geeft aan zijn eigen klaverenlengte… Je vergissen in conventies als Ghestem, Multi en DONT mag alleen straffeloos, als je deze minstens een jaar samen - vrijwel zonder vergissing –
speelt. Zo niet, dan kan jouw biedfout worden
behandeld als het geven van verkeerde informatie! 9. Het uitkomen Kom met een gedekte kaart uit! Neem geen risico; kom altijd uit met een
gedekte kaart. Pas na toestemming van partner laat u de beeldzijde zien.
Zonder toestemming van de arbiter mag deze (gedekte) kaart niet meer worden
teruggenomen. Opgelet! Alleen in de eerste beurt mogen
de leider en de beide tegenspelers nog een herhaling vragen van het
biedverloop. Voor de speler die moet uitkomen, vervalt dat recht al op het
moment dat hij zijn uitkomstkaart gedekt op tafel legt. Beide tegenspelers en de leider mogen wel
in elke beurt om (bij) te spelen uitleg vragen. Als de verkeerde speler niet met een
gedekte kaart uitkomt, moet om arbitrage worden gevraagd. Niet van belang is
of diens partner de beeldzijde zag, alleen of hij die hád kunnen zien. De
arbiter zal dan eerste hulp verlenen bij het repareren. 10. Verzaken Een verzaking is vrijwel altijd een
vergissing. Geneer u niet als u verzaakt. Ook de
wedstrijdleider verzaakt wel eens! Als u als leider of tegenspeler een
verzaking opmerkt, roep dan direct de arbiter. Dummy mag niet tijdens het
spelen als eerste de aandacht vestigen op een verzaking. Doet een andere
speler dat, dan mag dummy wel als eerste arbitrage vragen. En als niemand de
verzaking meldt, mag dummy dat na de 13e slag doen. U hoeft uw eigen verzaking niet te
melden, ook niet die van uw partner. U mag een verzaking echter niet
verdoezelen door nog een keer te verzaken, of uw kaarten na afloop snel te
schudden. Het is
aan de arbiter om de verzakingsschade zoveel
mogelijk te repareren. Zet nooit zelf een verzaking recht! 11. Het bieden eindigt pas na drie keer “pas” Vaak
worden de biedkaartjes al opgeruimd vóórdat het bieden is afgelopen. Zoals na
het uitbieden van een manchecontract; terwijl het heel goed mogelijk is dat
een tegenstander wil doubleren. Of na een (straf)doublet, terwijl een uitneembod
en/of redoublet nog mogelijk is. Voortijdig
biedkaartjes opruimen kan ook een signaal aan partner zijn, zoals: -
doubleer liever niet (want ik opende vrij
licht...); -
neem het contract van de tegenpartij niet
uit, want ik zit lekker tegen;of: -
ga na dit strafdoublet niet naar mijn
kleur, want die is beduidend slechter... We zeggen niet dat die kwade bedoeling er
is, maar pas opruimen na de derde pas voorkomt elke vorm van misverstand! 12. Claimen Claimen is: het opeisen of afstaan van de
nog niet gespeelde slagen. Claimen mag volgens de Spelregels, en wordt zelfs
aanbevolen als de resterende slagen voor het neerleggen zijn. Zodra een speler claimt, gelden de
volgende regels: -
de claimer moet
bij zijn claim aangeven hoe hij het spel zou hebben gespeeld; er wordt niet
verder gespeeld; -
zonder duidelijk speelplan, wordt vrijwel
elke twijfel in het nadeel uitgelegd van de claimer; -
als een tegenspeler nog een troefkaart
heeft, en de leider meldt dat niet bij zijn claim, kán hem dat een slag
kosten; -
als een tegenstander twijfelt aan de
juistheid van een claim, kan alleen de arbiter het vervolg in juiste banen
leiden. 13. Gespeelde kaart Voor de status ‘gespeelde kaart’ gelden
verschillende criteria.
Terugnemen gespeelde kaart Als de leider of een tegenspeler een
gespeelde kaart wil terugnemen, mag dat alleen met toestemming van de
wedstrijdleider. 14. Uitleg Vragen Toegestaan Uitsluitend als een speler aan de beurt is om te bieden of te
spelen, mag hij vragen naar de betekenis van een bepaalde bieding. Dat geldt
ook na een alert. Tijdens het spelen mag wel worden gevraagd óf er
gedoubleerd is, maar niet door wie. Vragen naar een herhaling van het
biedverloop mag bij elke biedbeurt, en alleen bij de éérste beurt om te
spelen. Verboden Met een vraag interesse tonen voor een
kleur (met een mooie klaverenkleur in handen, vragen of 1Kl echt is); Een vraag stellen
ten behoeve van partner vanwege het vermoeden dat partner iets
niet duidelijk is... 15. Ongeoorloofde Informatie Bij het spelen en bieden mag je
uitsluitend informatie gebruiken uit de reglementair gedane biedingen en
gespeelde kaarten. Alle informatie die je van je partner op
andere (dus ilegale) wijze opvangt, mag je NIET
gebruiken. Zoals partners vraag over een bieding, zijn antwoord op een vraag,
een opmerking, een aarzeling, een lange denkpauze, ongewone snelheid,
bijzondere nadruk, gebaar, afkeurende of goedkeurende
blik of beweging. Onreglementaire informatie van een
tegenstander mag je wél gebruiken; dat is echter wel voor eigen risico.
Behalve als een tegenstander met opzet een misleidend signaal de lucht
instuurt. Zoals in het tegenspel ‘nadenken’, met in de gevraagde kleur alleen
lage kaarten of een singleton. Bij een vermeende overtreding zal de
arbiter laten doorspelen, en achteraf, zo nodig, het resultaat corrigeren. 16. Het correct spelen van een
kaart Een open deur? Helaas niet! Vaak klinkt gezucht of gesteun, of zien we een wanhoopsblik naar
de zoldering, als partner niet kiest voor de kleur die zo mooi is geboden of
aangeseind. Of er wordt bijgespeeld na een denkpauze, terwijl er niets
te denken valt. Ook een kaart vasthouden om bij te
spelen, terwijl de rechtertegenstander nog moet bijspelen is incorrect. Die
vastgehouden kaart terugsteken en een andere kaart pakken nadat de
rechtertegenstander wél bijspeelde, valt zelfs onder de noemer “crimineel”. Ook al roept het spelverloop nog zoveel
emoties op, u mag daar niets van laten merken. En - een extra reden voor een pokerface - uw partner mag géén
gebruik maken van deze informatie en de tegenstander wél... Bron: BridgeService, onder
redactie van Rob Stravers en Siger Seinen |
||||||||